Diabetes type 2

Informatie over diabetes

Diabetes of suikerziekte is een chronische stofwisselingsziekte. Bij diabetes zit er te veel suiker in het bloed. Het lichaam kan de bloedsuiker niet op peil houden. De officiële naam van de ziekte is diabetes mellitus. Diabetes type 1 en 2 zijn het bekendst. Iedereen kan diabetes krijgen.

Als u diabetes type 2 heeft, reageert het lichaam minder goed op insuline. Dit heet insulineresistentie. Hierdoor blijft er te veel suiker in het bloed. Diabetes type 2 komt op steeds jongere leeftijd voor. Een ongezonde leefstijl is een belangrijke oorzaak. 

Wat kunt u zelf doen?

Een gezonde leefstijl is minstens zo belangrijk als medicatie. Uw leefstijl heeft veel invloed op de hoeveelheid glucose in uw bloed. Regelmatig bewegen en niet te veel koolhydraten in uw voedsel maken veel verschil. Uw bloedglucosewaarden kunnen hierdoor dalen en u kan zich fitter voelen. Een paar tips:

  • beweeg voldoende (minimaal 30 minuten per dag)
  • verminder overgewicht
  • eet gezond
  • rook niet
  • wees matig met alcohol
  • verminder stress
  • gebruik uw medicijnen zorgvuldig

    Ramadan

    De Nederlandse Diabetes Federatie adviseert mensen met diabetes: ga ruim voor de ramadan in gesprek met uw zorgverlener, bijvoorbeeld over een aangepast medicatieschema.

    Ramadan is voor u als moslim een bijzondere maand. Mogelijk wilt u meedoen aan het vasten tijdens de ramadan. De combinatie van vasten n diabetes kan lastig zijn. Er verandert immers veel in deze periode. Uw dagritme is anders, net als uw voedingspatroon. Door deze veranderingen is
    de kans groot dat uw diabetes ontregeld raakt.

    • Hypo. Doordat u de hele dag niet eet en drinkt, is er een groot risico op het ontstaan van een hypoglykemie (= een te lage bloedglucose) bij
    bepaalde medicijnen en insulinegebruik.

    • Hyper. Bij het eten van de sahur en het eten van de iftar eet u waarschijnlijk gerechten met een hoog gehalte aan koolhydraten. Hierdoor kan uw bloedglucose stijgen. De kans op een hyperglykemie (= een te hoge bloedsuiker) is dan groot. 

    Hoe voorkomt u problemen?

    Heeft u diabetes en wilt u meedoen aan het vasten tijdens de ramadan? Neem dan tijdig contact op met uw (huis)arts, diabetesverpleegkundige of praktijkondersteuner. Samen kunt u afspraken maken over hoe u zo goed mogelijk rekening kunt houden met uw diabetes.

    Behandeling

      • 2 tot 4 keer per jaar komt u op het spreekuur van de praktijkondersteuner of huisarts voor controle, voorlichting en advies. Ook wordt er een aantal metingen verricht zoals het meten van de bloeddruk en het gewicht. Zo nodig kan ook het bloedglucosegehalte worden bepaald in de huisartsenpraktijk.
      • 1 tot 4 keer per jaar wordt er bloedonderzoek gedaan.
      • 1 keer per twee jaar vindt er een diabetische retinopathie (DRP) fundusscreening plaats (tenzij anders geïndiceerd).
      • Indien van toepassing krijgt u begeleiding bij het stoppen met roken.
      • Indien noodzakelijk, op verwijzing van de huisarts, kan er begeleiding van een diëtist worden ingeschakeld.
      • Bij complicaties of het niet bereiken van de streefdoelen, wordt u voor een eerste consult doorverwezen naar een specialist. De specialist beoordeelt of de zorg die u nodig heeft binnen het zorgprogramma geleverd kan (blijven) worden of niet. Indien de specialist de behandeling overneemt, wordt het zorgprogramma (tijdelijk) gestopt.

        Binnen het zorgprogramma kunt u rekenen op onderstaande zorg:

      Persoonlijk behandelplan
      In nauw overleg met u wordt een persoonlijk behandelplan opgesteld. Hierin staat concreet welke zorg u belangrijk vindt, wat u zelf wilt doen en welke begeleiding er verder nodig is

    Links naar betrouwbare informatie

    Behandelteam

    • Huisarts: stelt de diagnose vast en schrijft zo nodig medicatie voor.
    • Praktijkondersteuner: het centrale aanspreekpunt. Hij/zij coördineert het zorgprogramma, draagt bij aan de diagnosestelling, geeft voorlichting en doet de controleafspraken. Hij/zij helpt de patiënt bij het formuleren van gezondheidsdoelen in het individuele zorgplan.
    • Assistent(e): ondersteunt de huisarts en praktijkondersteuner met bijvoorbeeld het meten van glucose of bloeddruk. Ook heeft hij/zij een belangrijke administratieve taak.
    • Apotheek: levert en bewaakt de medicatie en eventueel de diabeteshulpmiddelen zoals controle bloedglucosemeter.
    • Diëtist(e): ondersteunt bij een ‘voedingsadvies op maat’.
    • Fysiotherapeut: helpt conditie of spierkracht te verbeteren, individueel of in een beweegprogramma.
    • Podotherapeut: helpt bij complicaties aan de voeten.
    • Pedicure: verleent indien noodzakelijk de voetzorg, zoals nagelverzorging en eelt verwijderen.
    • Praktijkondersteuner GGZ: helpt bij psychische problemen die te maken hebben met de diabetes, ook in relatie tot werk of gezin.
    • Internist: op verwijzing van de huisarts bij onduidelijkheid van de diagnose, bij complicaties of bij problemen rondom het regelen van de bloedsuiker, risicofactoren of hart- en vaatziekten.
    • Oogarts of optometrist: regelmatige controle van het gezichtsvermogen.

    Uitwisseling van gegevens
    Om u zo goed mogelijk te kunnen helpen is het belangrijk dat deze zorgverleners beschikken over  actuele gegevens rond uw ziekte en behandeling. Deze gegevens worden, met uw toestemming, binnen een beveiligde omgeving gedeeld. Meer informatie hierover leest u in de privacyverklaring.

    Kosten voor de patiënt

    Deelname aan het zorgprogramma diabetes valt onder de basiszorg. Nadat de diagnose diabetes is gesteld, worden alle consulten van de huisarts en praktijkondersteuner vergoed.

    Aan een aantal onderdelen van het zorgprogramma zijn wel kosten verbonden:

    • Medicatie: eigen risico
    • Labonderzoek: eigen risico
    • Oogarts: eigen risico
    • Fundusscreening via optometrist: basiszorg, geen eigen risico
    • Diëtist: basiszorg, geen eigen risico
    • Fysiotherapie: vergoeding is afhankelijk van de aanvullende verzekering
    • Podotherapeut en pedicure: vergoeding is afhankelijk van de toestand van de voeten (Simm’s classificatie). Bij schade aan de zenuwen en bloedvaten wordt het vaak vergoed.

    Een sluitende keten van diagnostiek, behandeling en begeleiding, maar ook van preventie, vroege opsporing en zelfmanagement.